De Schepping

DE SCHEPPING


Bewerking door pastoor Geudens, 25 mei 2016. Uittreksel uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen – Website: Legioen Kleine Zielen.

LKZ


Het bestaan van het heelal kan niet op een bevredigende manier worden uitgelegd door de rede alleen. De grootste genieën uit de Oudheid zijn tot het besef gekomen van een eerste universele oorzaak van het bestaan van alle levende wezens, van de beweging en de orde, maar niet van een schepping die in wezen vrij is en die de volmaakte goddelijke onveranderlijkheid niet beroert.

Reeds in de eerste regel van het boek Genesis, openbaart God zich als de Schepper van alle dingen: “In het begin schiep God hemel en aarde.” Hoe indrukwekkend is de plechtige bevestiging van een waarheid, die de mens niet uit zichzelf heeft kunnen achterhalen!

De Boodschap van het Barmhartig Hart van Jezus aan de Kleine Zielen bevat een aantal uitspraken die uitwijden over het Bijbelse gegeven, die het mysterie onaangetast laten en die het menselijk verstand altijd zullen blijven aanspreken.

De fragmenten die wij ontlenen aan de Boodschap kunnen gegroepeerd worden onder drie titels:

1.God is Schepper
2.De teleurstellende houding van de mens tegenover deze waarheid
3.Wat de Schepper van ons verwacht

 

 1.God is Schepper 

1.1. “Ik ben de Schepper van al wat bestaat”. 7.6.66 
”Ik ben de grootmeester van het geschapene en het ongeschapene.” 26.l.70 
De schepping, het gezamenlijke werk van de drie goddelijke Personen, wordt aan de Vader toegeschreven, “oorsprong zonder oorsprong”.
“… de hemelse Vader, Schepper van al wat beslaat.” 31.1.67 
Hij heeft alles gemaakt uit het niets, dat wil zeggen dat alle schepsels per definitie uit niets ontstaan zijn of, als men wil, vanuit het niets.
“Ik maak uit niets. Uit niets heb Ik de wereld geschapen.“ 10.10.66 

1.2. God schept uit Liefde
God is Liefde. Zo kunnen zijn werken, te beginnen met de schepping, er slechts zijn door de Liefde.
“Het mysterie van de schepping schuilt in de liefde van een God voor een mensheid die Hij naar zijn beeld geschapen heeft.” 6.9.67 
”Bedenkt hoezeer ge door uw Schepper wordt bemind.” 24.6.66 
“Maar zie, uw Schepper is bezield door liefde voor u. Hij schenkt u het leven.” 25.8.6
“Eens heeft God in zijn vurige liefde de wereld geschapen om aan die liefde een reden van bestaan te verlenen.” 7.9.72 
Laten we elkaar goed begrijpen: het gaat hier om een liefde die voorbestemd is om met zijn schepsels gedeeld te worden. Maar in God die uit vrije wil schept, rechtvaardigt deze Liefde zich uit zichzelf en zij heeft geen andere bestaansreden dan zichzelf.
”Koester grote eerbied voor al wat leeft. Want Ik ben de Schepper van al wat bestaat.“ 7.6.66
“De goddelijke liefde weerspiegelt in elke mens de Liefde en de goedheid van de Schepper.” 23.7.66 
“In de persoon van mijn welbeminde Zoon heb Ik u willen ontmoeten, u mensen die Ik heb geschapen en tot leven gewekt in mijn Liefde.” 20.5.68 

1.3. God schept voor zijn Liefde
“Ik heb de mensheid niet geschapen voor zichzelf maar wel om mijnentwil.” 4.8.68 
“Ik heb de mens niet geschapen voor zijn genot op deze wereld, maar wel om de hemelse glorie te verwerven door de liefde die hij Mij hier beneden heeft getoond.” 4.8.68 
“De mens vernietigt de mens die Ik geschapen heb VOOR MIJ.” 23.6.68 

1.4. God schept de mens naar Zijn beeld en naar dat van zijn veelgeliefde Zoon.
De schoonheid van de mens, die de schoonheid van elke zichtbare schepping overtreft, komt door zijn geestelijke ziel, vooral wanneer deze gesierd wordt door de genade:
“Schoonheid die Ik niet voor Mij alleen houden kan en die Ik graag vol tederheid uitstort op deze zozeer gezegende ziel, tot ze het levende evenbeeld wordt van haar Schepper”. 19.12.66 

In dit verband moeten we zeker dat mooie fragment vermelden van de brief van de H. Paulus aan de Romeinen waarin hij verklaart dat zij zijn “bestemd tot gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon” (Rom. 8,29) en waarvan de volgende zin uit de Boodschap de echo is:
”Ge werdt geschapen naar het beeld van de Geliefde Zoon en uw hart naar het beeld van zijn Hart. Ge zijt gemaakt om te beminnen.” 10.2.67 

 

2.De teleurstellende houding van de mens

2.1. Zijn ondankbaarheid
”Deze wereld heeft niet opgehouden haar Schepper te ontgoochelen. Thans is de maat vol en als de wereld zich niet bekeert zal ze terugkeren tot het niets waaruit Ik haar heb doen ontstaan.” 7.9.72 
Er is hier geen sprake van de vernietiging van de onsterfelijke ziel, die bestemd is voor de hemelse zaligheid of de verdoemenis, maar van een toestand die uiteindelijk erger zou zijn dan het niets.
“Verlangen naar de Hemel is zeldzaam, gehoorzaamheid is een ijdel begrip. Ik, de God van liefde, Ik heb aan mijn schepselen gehoorzaamd; deze schepselen zelf zijn ongehoorzaam aan hun God en met bitterheid ben Ik getuige van de ontaarding van de geesten en van de harten.” 16.8.72 
”In naam van de gerechtigheid en van het recht waarop zij zich beroepen, vermoorden ze ongestraft het werk van de Schepper in zijn schepsel, vermoorden ze het kleine wezentje in de schoot van zijn moeder.” 18.7.73 

2.2. De gevolgen
“Bij velen is het besef van goed en kwaad uitgeroeid. En het gevolg van die jammerlijke toestand? Leed en bitterheid wacht degenen die gefaald hebben in de taak die de Schepper hun toewees, namelijk de gezonde opvoeding van de kinderen. Leed en bitterheid om de afwijzende houding en de onverschilligheid van hen die zij op de arm hebben gedragen en die zij zien ontglippen omdat hun liefde slechts een ik-zuchtige liefde was, zonder de grondslag die de levenskracht waarborgt. Terwijl zij meenden te beminnen, bewerkten ze hun ongeluk.” 22.5.73 

Een ernstige waarschuwing aan de ouders die vandaag de dag veel moeite moeten doen om hun kinderen te beschermen tegen de verderfelijke invloeden van de wereld, de school en de media.

 

3.Wat de Schepper van ons verwacht. 

3.1. Onze dankbaarheid
“Uw hart weze een en al liefde en erkentelijkheid tot meerdere eer en glorie van uw Schepper.” 18.8.70

3.2. Onze liefde
“(De mens is) het wezen dat zij (de Liefde) heeft geschapen om lief te hebben en dat door zijn eigen schuld alleen maar ontrouw en ondankbaar kan zijn.” 4.9.71 
“Lieve vriendin, stort uw hart uit in het Mijne. Bezing de liefde van uw Schepper en zijn Schoonheid. Geloof dat ik u liefheb.” 15.7.66 
“Als ge niet genoeg liefde schenkt aan de mensen rondom u, dan mist ge het doel dat door uw Schepper bepaald werd.” 4.7.73 
“Ge zijt gemaakt om te beminnen.” 10.2.67 
“De Schepper geeft. Het schepsel ontvangt om te geven.” 22.11.66 

3.3 Onze vereniging (met onze Schepper)
“De jeugd van het hart bestaat in een liefdevolle opmerkzaamheid voor de Schepper van alle goed.”1.7.75 
“De wereld moet het bewijs krijgen dat de ziel in de moeilijkste situaties één kan zijn en moet zijn met haar Schepper.” 11.5.67 
Allerlei beproevingen moeten deze eenheid niet in de weg staan; integendeel! Nooit is God dichter bij ons dan wanneer we lijden.
“Er is een lijden van de volgelingen van het kruis, gewenst lijden, liefdevol aanvaard voor de zonden van de wereld. Nobel lijden, dat de ziel op niet te verwoorden wijze met haar Schepper verenigt.” 30.11.66 
Het doel van ons bestaan is de vereniging met onze Schepper die gesublimeerd al worden in de hemelse glorie en slechts door de Liefde bereikt kan worden. Een typische eigenschap van de goddelijke Liefde bestaat er nu juist in dat er voortdurend contact is tussen onze ziel en zijn Maker.

Wanneer we zo het doel verwezenlijken waartoe Hij ons geschapen heeft, verschaffen wij Hem een onuitsprekelijke vreugde, waarvoor de beloning evenredig al zijn met de liefde die wij Hem betoond hebben, want “de Schepper kan niet onderdoen voor zijn schepsel.” 31.3.67 

De mens behoort zichzelf niet toe, want hij heeft zichzelf niet geschapen. Daarom mag hij niet vergeten dat de Schepper alle rechten op hem heelt. Als hij dit respecteert, zal hij zelf recht hebben op een geluk dat hij niet kan vermoeden, voornamelijk omdat het elke verbeelding en de hoogste verlangens van het menselijk hart te boven gaat: “Geen oog heeft het gezien, geen oor heeft het gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben” (l Kor. 2,9).


Uit; De gedachten van Jezus’ Hart, R. Jaouen C.M., Uittreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, blz. 40-42.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: