Mgr. Léonard: hertrouwde echtgescheidenen

1.De Heer is niet de gevangene van zijn sacramenten

De Kerk, zo schreef ik in het vorige nummer van Pastoralia, vraagt aan hertrouwde gescheidenen dat ze in de mis niet ter communie gaan. Dit wordt vaak opgevat als een ‘straf’ vanwege de Kerk. Ten onrechte. Het zijn veeleer de christenen zelf die het communiceren van het Lichaam van Christus bemoeilijken door een burgerlijk huwelijk (of samenleven) aan te gaan dat in strijd is met het onverbrekelijke huwelijksverbond. Door sacramenteel te huwen hebben de betrokkenen zich geëngageerd trouw te zijn aan elkaar in goede en kwade dagen en hebben zij de onverbrekelijkheid van het christelijke huwelijk met alle bijhorende consequenties bekrachtigd. Wie dus desondanks burgerlijk hertrouwt na een echtscheiding of als ongetrouwde een gescheiden persoon huwt, plaatst zichzelf op duurzame wijze in een toestand die hem of haar verwijdert van de communie met het sacrament van het verbond.

Om de zaken in hun juiste proportie te zien, moeten we niet vergeten dat deelname aan de eucharistie niet beperkt moet worden tot het ter communie gaan. Het ideaal is uiteraard wel degelijk om in de eucharistieviering ter communie te gaan, mits men de juiste innerlijke gesteldheid heeft. Maar als men om één of andere reden verhinderd is dat te doen, is dat geen beletsel zich te verenigen met het offer van Jezus, die zich aan zijn Vader aanbiedt voor het heil van de wereld. Bovendien blijft altijd mogelijk wat men traditioneel de ‘geestelijke communie’ noemt, dat wil zeggen de communie van het hart met de Heer, zelfs al onthoudt men zich van de eucharistische communie. Want de Heer is nooit de gevangene van zijn sacramenten. Het ontvangen van de geconsacreerde hostie is het gebruikelijke middel om hier op aarde deel te hebben aan de liefde van Jezus voor ons. Maar men kan om allerlei redenen daartoe verhinderd zijn. Bijvoorbeeld omdat men nog niet gedoopt is ook al heeft men al het geloof, omdat men de vereiste leeftijd nog niet heeft, omdat men zich bevindt in een land waar geen eucharistie wordt gevierd, omdat de gezondheidstoestand belet te communiceren, omdat men niet nuchter is volgens de regels van de Kerk, omdat men in zonde leeft en dus eerst berouw moet hebben en te biecht gaan of, ten slotte, omdat men gescheiden en hertrouwd is. In al deze gevallen is de Heer, als onze innerlijke houding oprecht is, niet gebonden aan het sacrament van zijn liefde en is Hij in staat zijn genade te geven aan wie niet tot Hem kan komen in de eucharistie.

Wat is ter communie gaan immers anders dan de gekruisigde liefde van de Heer ontmoeten en deelhebben aan de vrucht van zijn leven? De hertrouwde gescheidenen zijn hiertoe uitgenodigd, net door zich te onthouden van de sacramentele communie. Tot deze gelovigen, die vaak diep geraakt zijn door het mislukken van hun huwelijk, zegt Jezus: ‘Juist door af te zien van de sacramentele communie neem jij, mijn broeder, en jij, mijn zuster, deel aan mijn kruis en verrijzenis. Aanvaard dit lijden uit liefde voor Mij en uit eerbied voor mijn liefdesverbond en Ik, je Heer en je God, zal wel mogelijkheden vinden om je te sterken en je op een andere manier te vervullen. Stel je vertrouwen op Mij en op mijn Kerk.’

 

2.Blijk geven van verbeelding

De voorbeeldige houding van sommige hertrouwde gescheidenen

 Er zijn hertrouwde gescheidenen die, met diep begrip voor wat de leer van de Kerk vraagt, deelnemen aan de eucharistieviering zonder ter communie te gaan en die, juist door niet ter communie te gaan, waarschijnlijk veel authentieker ‘communiceren’ met Jezus dan heel wat gedoopten die ‘in regel zijn’ maar routineus ter communie gaan. Hun houding is voorbeeldig.

Ik herinner me iemand die ik sprak tijdens een verzoeningsviering, aan de vooravond van een hoogfeest. Onwetend over haar levensstaat vroeg ik haar, als teken van bekering, de volgende dag met een bijzondere vurigheid ter communie te gaan. Daarop antwoordde ze me: ‘Dat zal ik niet doen, monseigneur, uit eerbied voor het sacrament van het huwelijk en voor de eucharistie, want ik ben gescheiden en hertrouwd.’ Ik feliciteerde haar voor haar eerlijkheid en stelde voor een ander gebaar van bekering te doen. In de eucharistieviering van de volgende dag zat ze met haar gezin op de eerste rij. Op het moment van de communie kwamen haar kinderen naar voren. Zij bleef zitten, op haar knieën, in een houding van diep gebed. Communiceerde zij niet evenzeer met Jezus als vele anderen die soms met hun gedachten elders ‘communiceren’ met het Lichaam van Christus? Na de mis kon ik haar even alleen spreken en zei haar: ‘De volgende keer komt u bij de communie naar voren en doet u net als de kinderen die nog niet de communie kunnen ontvangen: u kruist uw handen op de borst en ik zal u zegenen, zoals ik doe met de kinderen.’ Dit voorstel vond ze prima, net als haar echtgenoot trouwens, en zo doen we sindsdien. Waarom zou die manier van doen niet kunnen worden uitgebreid?

De grote pijn van sommigen

 Sommige hertrouwde gescheidenen kunnen zich gemakkelijk vinden in die aanpak, als die hun met liefde en respect wordt voorgesteld. Anderen zouden volgen, als we hun hierover uitleg zouden geven. Dat neemt niet weg dat bij sommigen de pijn heel groot blijft, zelfs met dit soort begeleiding. Waarom ‘sommigen’? Omdat er onder de hertrouwde gescheidenen mensen zijn voor wie de wens om te communiceren vooral een kwestie is van ‘opeisen’: waarom zouden anderen ter communie mogen gaan en ik niet? Het gaat hier meer om de wens gelijk behandeld te worden dan om de eucharistische communie zelf. En als we die mensen zouden zeggen dat de kerkelijke leer veranderd is, dat zij zonder probleem ter communie mogen gaan, zouden we hen de volgende zondag niet noodzakelijk allemaal in de mis zien …

Daarentegen is de pijn groot van hertrouwde gescheidenen die oprecht en diep geloven in de eucharistie. Denken we aan hen die speciaal vermeld worden door Johannes Paulus II in Familiaris Consortio (§ 84), zij die ten onrechte verlaten zijn door hun eerste echtgeno(o)t(e) en die hertrouwd zijn voor de opvoeding van de kinderen of ook zij die de innerlijke overtuiging hebben dat hun eerste huwelijk niet geldig was, ook al kunnen ze dat niet bewijzen. Hun pijn wordt op bepaalde momenten extra groot: tijdens de grote liturgische feesten, bij de eerste communie van hun kinderen of bij begrafenissen van familieleden.

De banalisering van de eucharistie

 De ergernis wordt nog groter als we zien hoe de communie in veel van onze eucharistische vieringen, in het bijzonder tijdens uitvaart- of huwelijksmissen, wordt gebanaliseerd. Vaak is de communie niet meer dan een simpele blijk van deelname aan de dienst. Velen gaan ter communie zoals naar de offerande bij begrafenissen. Sommigen nuttigen de hostie zonder eerbied – zo lijkt het althans – terwijl ze naar hun plaats gaan, op een nonchalante manier, zoals men chips eet op een receptie.

En het gaat om het Lichaam van Jezus! Men zou het niet zeggen als men die haastige, routineuze, mechanische manier van doen ziet … Zo’n klimaat maakt het verdriet van hertrouwde gescheidenen die vurig gelovig zijn, alleen maar groter. Voor hen is de geconsacreerde hostie werkelijk het allerheiligste Lichaam van de verrezen Jezus en ze stellen vast: ‘Bijna iedereen gaat ter communie, vaak maakt het niet uit hoe, maar wij niet, terwijl wij er met heel ons hart in geloven en er met heel ons wezen naar verlangen.

Hoe staat het met de toegang tot het sacrament van verzoening?

 In het geval van mensen die gescheiden en hertrouwd zijn, is er niet alleen de delicate kwestie van de communie. Ook de toegang tot het sacrament van de verzoening stelt een probleem en is een bron van ergernis. Waarom zouden hertrouwde gescheidenen niet mogen biechten? Zouden zij schuldig zijn aan de enige zonde waarvoor geen vergeving mogelijk is? Zeker niet. Voor elke zonde is er barmhartigheid. Maar wel op voorwaarde dat men berouw heeft over zijn fouten en vastbesloten is z’n leven te veranderen.

Het grote probleem van een burgerlijk huwelijk na een scheiding is, dat men zich daarmee engageert in een duurzame situatie die in tegenspraak is met de huwelijksband zoals de Heer ons voorstelt. Overspel dat af en toe wordt begaan is een zeer ernstige fout, maar het is mogelijk zich ervan af te keren en vergeving te krijgen door te besluiten voortaan trouw te blijven aan de partner. Maar wanneer iemand hertrouwt na een scheiding, plaatst hij (zij) zich in een blijvende situatie waarin hij (zij) als gehuwde gaat leven met iemand die niet zijn (haar) echtgeno(o)t(e) ‘in de Heer’ is. Dat is de kern van het probleem! En na verloop van tijd wordt het onmogelijk op die stappen terug te keren, vooral wanneer er kinderen zijn. Vaak is het zelfs moreel noodzakelijk samen te blijven. Wat zou, in die onontwarbare situatie, het sacrament van de verzoening kunnen betekenen, want men verkeert in de onmogelijkheid zijn (haar) leven te veranderen net op dat punt waar zich een probleem stelt?

Terzijde: het probleem zou vergelijkbaar (maar niet identiek) zijn op ieder ander gebied waarin men zich duurzaam engageert in een situatie die in permanente tegenspraak is met wat het Evangelie vraagt. Als men bijvoorbeeld lid wordt van een vereniging die vijandig staat tegenover het geloof en het Evangelie, kan men pas vergeving krijgen als men daar uitstapt. Zelfs voor de ergste zonden kan men vergeving krijgen, maar als men zich bevindt in een situatie waarin men blijvend aan die zonde wordt blootgesteld, zal er eerst verandering in die situatie moeten komen.

De uitnodiging om samen in onthouding te leven

Daarom is volgens de traditie van de Kerk het sacrament van de verzoening slechts toegankelijk voor hertrouwde gescheidenen op voorwaarde dat men zijn leven radicaal verandert, net zoals dat geldt voor alle anderen die leven in situaties die strijdig zijn met het evangelie. Johannes Paulus II schrijft hierover in Familiaris Consortia (§ 84): De verzoening in het sacrament van de boete, die de weg opent naar het sacrament van de eucharistie, kan verder alleen verleend worden aan degenen die er berouw over hebben dat zij het teken van het verbond en de trouw van Christus geschonden hebben en die oprecht bereid zijn een vorm van leven te leiden die niet meer in tegenspraak is met de onontbindbaarheid van het huwelijk. Dit brengt concreet mee dat de man en de vrouw de verplichting op zich nemen in volledige onthouding te leven, d.w.z. zich van de eigenlijke huwelijksdaad te onthouden, wanneer zij om serieuze redenen – zoals bijvoorbeeld de opvoeding van kinderen – niet kunnen voldoen aan de verplichting uit elkaar te gaan.

Bij het horen van deze woorden zullen sommigen wellicht lachen: ‘Droomt de paus misschien? Leven als broer en zus, dat doe je toch niet?’ Op te merken valt dat Jezus dezelfde reactie kreeg toen Hij bepaalde eisen stelde ten aanzien van geld of, inderdaad, de huwelijksband. Naar aanleiding van het scherpe woord van Jezus ‘Gij kunt niet tegelijk God dienen en de geldduivel’, schrijft Lucas: ‘De farizeeën, die op geld belust zijn, hoorden dit alles en lachten Hem uit’ (Lc 16, 14). Wat de leerlingen betreft: zij waren verbijsterd door Jezus’ eisen over de huwelijkstrouw (cfr. Mt 19, 10).

De noodzaak van een sterke geestelijke motivatie

Er zijn hertrouwde gescheiden koppels die, na een weg van bekering, voor deze weg van onthouding kiezen. Dat veronderstelt natuurlijk een sterke motivatie en een diepgaand akkoord binnen het koppel. Zij die zonder de nodige voorbereiding voor deze weg van onthouding zouden kiezen, lopen het risico dat hun relatie op de klippen loopt, wat een nieuw falen zou zijn bovenop het vorige. Maar met een diepe spirituele motivatie en veel broederlijke steun zouden velen in staat zijn geleidelijk aan – met misschien af en toe een uitschuiver – deze nieuwe levensstijl aan te nemen en er veel kracht uit te putten voor henzelf en voor andere christelijke koppels in dezelfde situatie. Ik ken een aantal van dergelijke koppels en ik bewonder hun evangelische zin, hun liefde voor Christus die boven alles gaat en hun vermogen om nieuwe vormen van tederheid te vinden. Het is duidelijk dat voor koppels die zo de volledige waarheid van hun levenssituatie erkennen, de toegang tot het sacrament van verzoening en daardoor tot de eucharistische communie volledig openstaat.

Geen barmhartigheid voor de anderen?

 Wil dat zeggen dat andere koppels, die de weg van onthouding niet willen of kunnen gaan, radicaal afgesneden zijn van de barmhartigheid? Absoluut niet! Met Gods barmhartigheid is het als met de eenheid met Christus in de communie. Het is niet altijd mogelijk ‘sacramenteel’ te communiceren. Maar de Heer is geen gevangene van zijn sacramenten. Als iemand blijft vastzitten in een situatie die duurzaam in tegenspraak is met het evangelie, op welk gebied dan ook (inbegrepen de sociale rechtvaardigheid!), kan hij de ‘sacramentele’ absolutie niet ontvangen. Maar dat betekent niet dat Gods barmhartigheid hem niet kan bereiken!

Jezus toont in heel het Evangelie een bijzondere genegenheid voor zondaars. En daarbij ging het toch vaak om ‘zware gevallen’: prostituees, tollenaars die heulden met de bezetter en zich verrijkten ten koste van de armen, enzovoort. Hij ontvangt hen welwillend, zodat hij de woede opwekt van de Farizeeën en de schriftgeleerden: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen!’ (Lc 15,2). Naar het voorbeeld van Jezus zal een goede herder dus iedereen ontvangen bij de viering van de vergeving.

En wanneer hij de sacramentele absolutie niet kan geven, zal hij zich met de biechteling in gebed richten tot Hem wiens oneindige barmhartigheid niet gevangen zit binnen het ‘sacrament’ van de vergeving alleen. Hij kan bijvoorbeeld zeggen: Heer, wij staan hier voor U; allebei zijn we zondaars. U kent ons hart beter dan wijzelf. U weet dat ik hem (haar) nu niet de absolutie kan geven waardoor men geheel met U verzoend wordt en hersteld in de volledige eenheid met de Kerk. Maar uw hart is groter dan alles en is niet de gevangene van wat of wie dan ook. Ik bid U Heer, voltooi in mijn broeder (mijn zuster), net als in mij, het werk van onze bekering. Laat ons groeien in uw liefde vanuit ons leven zoals het nu is. Uw genade zal zich een weg weten te banen tot in het diepst van ons hart. Geef aan mijn broeder (mijn zuster) alle genaden van vergeving die hem (haar) vandaag zijn toebedacht, laat hem (haar) proeven van de mildheid van uw barmhartige liefde is en leid hem (haar) naar de volledige bekering van zijn (haar) leven. Dat vragen wij U, Lam Gods dat de zonden van de gehele wereld draagt en dat het heil van alle mensen wenst. Amen.

De ervaring leert dat die manier om iemand te ontvangen, met respect voor de waarheid van het sacrament van vergeving en dus zonder dat te verkwanselen, de biechtelingen die de absolutie nog niet kunnen ontvangen een grote vrede schenkt en hen de barmhartigheid laat proeven. En dat sterkt hen in het verlangen om geweten en in waarheid hun situatie te aanvaarden.

+ André-Jozef Léonard

Pastoralia nr 9,  november 2015


 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: