Het geloofsonderricht van de Moeder Gods

God schenkt zijn genade en barmhartigheid aan alle mensen. Daartoe maakt Hij, zichtbaar of in het verborgene, altijd gebruik van de Middelares van alle Genade, de Moeder Gods! 

Een gebeurtenis die in 1944 in het Amerikaanse Zuiden werkelijk heeft plaatsgevonden, laat deze moederlijke genade- en geloofsbemiddeling van Maria bijzonder duidelijk zien. Pater Robert O’Leary SVD (1911-1984), missionaris in Mississippi, was direct bij de betreffende gebeurtenissen betrokken en deed in de jaren zestig voor de radio daarover verslag. Van de vurige zielzorger is een geluidsopname bewaard gebleven met de titel: “De bekeringsgeschiedenis van de strafgevangene Claude Newman.”

Claude Newman (1923-1944), van Afrikaanse afkomst, werd al op vijfjarige leeftijd van zijn moeder Floretta gescheiden en naar Bovina gebracht, ten oosten van de stad Vicksburg in Mississippi. Daar groeide hij samen met zijn oudere broer op bij zijn grootmoeder Ellen Newman. Claude moest al vroeg hard werken op de velden van de Ceres katoenplantage, waar ook Sid Cook werkte met wie zijn grootmoeder Ellen in 1939 trouwde. Toen hij het als 19-jarige niet langer kon aanzien hoe zijn geliefde grootmoeder herhaaldelijk door haar man werd geslagen en mishandeld, schoot hij in de middag van 19 december 1942 zijn stiefgrootvader dood. Hij vluchtte, maar werd enkele weken later opgepakt en voor de moord op Sid Cook tot de dood op de elektrische stoel veroordeeld.

De wonderdadige medaille

In de gevangenis van Vicksburg, waar Newman in 1943 zijn executie afwachtte, die op 20 januari 1944 zou worden voltrokken, deelde hij de cel met vier andere gevangenen. Op een avond zaten de vijf met elkaar te praten. Toen de conversatie stokte, viel Claudes oog op een plat ovalen hangertje dat aan een touwtje om de nek van een medegevangene hing. Geïnteresseerd vroeg hij de gevangene wat het was. Toen de jonge man nors antwoordde: “Een medaille”, vroeg Claude vervolgens: “Wat is een medaille?” Hoewel rooms-katholiek, kon de jongeman de betekenis en het doel van de medaille niet uitleggen. Boos trok hij de medaille van zijn nek, wierp hem vloekend voor Claudes voeten en riep geïrriteerd: “Neem jij dat ding maar!” Zwijgend pakte Claude de hem onbekende wonderdadige medaille op en hing hem met toestemming van de gevangenisbewaarder om zijn nek. Hij voelde zich aangetrokken tot dit ovale stukje metaal en wilde het als sierraad dragen.

Toen Newman die nacht op zijn brits lag te slapen, werd hij opeens wakker omdat iemand zijn hand beroerde. “Daar stond”, zo vertelde hij later de priester, “de mooiste Vrouw die God ooit geschapen heeft.” Geschrokken en bang wist Claude aanvankelijk niet wat hij moest doen. Maar de Dame stelde hem gerust en zei, voordat Ze verdween: “Als je Mij tot Moeder wilt hebben en je mijn kind wilt zijn, vraag dan om een priester van de katholieke Kerk.” Toen hij weer alleen was, riep Claude luidkeels, zodat zijn medegevangenen ontwaakten: “Haal een katholieke priester!”

En zo bezocht pater O’Leary, de priester die het verhaal vertelde, de volgende ochtend Newman, die hem de gebeurtenissen van de vorige nacht toevertrouwde. Tot grote verrassing van pater O’Leary vroeg vervolgens Newman samen met de vier andere gevangenen om godsdienstonderricht. De priester stond er sceptisch tegenover, hoewel alle vier gevangenen met kracht bevestigden dat Claudes verhaal waar was, ook al had geen van hen de verschijning van de dame gezien of haar stem gehoord. Uiteindelijk beloofde de missionaris hun catechismusles te geven.

Terug in zijn parochie, meldde pater O’Leary aan de pastoor wat er gebeurd was, en de volgende dag ging hij op de afgesproken tijd voor de eerste les naar de gevangenis. Daar moest hij vaststellen dat Claude Newman lezen noch schrijven kon, omdat hij nooit naar school was geweest. Zijn onwetendheid wat het geloof betreft was nog groter. Eigenlijk wist hij daarover zo goed als niets. Hij kende Jezus niet en wist alleen dat er een God was. Dus kreeg Claude les en – wat al heel bijzonder was – de andere gevangenen hielpen hem bij het leren.

Zijn Bloed wast ons schoon

Na enkele weken zei pater O’Leary op een dag tijdens de catecheseles: “Jongens, vandaag gaan we het hebben over het sacrament van de heilige Biecht.” Meteen antwoordde Claude: “Oh, daar ben ik al van op de hoogte! De Dame vertelde me dat we, als we gaan biechten, niet knielen voor de priester maar voor het kruis van haar Zoon. En als we echt spijt hebben van onze zonden en we ze belijden, vloeit het bloed dat Hij voor ons vergoot, over ons heen en wast ons schoon van alle zonden.

Als versteend en met open mond hoorde pater O’Leary hem aan. “Oh, weest u alstublieft niet boos,” zei Claude verontschuldigend, “ik had dit er niet zomaar uit moeten flappen.” “Oh nee, ik ben niet boos, maar verbaasd. Je hebt ‘haar’ dus opnieuw gezien?” vroeg de priester geïntrigeerd. Pas toen de twee op enige gehoorsafstand van de anderen waren, kwam Newman met zijn verhaal. “De Dame vertelde me dat als u twijfels of bedenkingen mocht hebben, ik u aan de gelofte moet herinneren die u de Moeder Gods in 1940 in een greppel in Nederland hebt gedaan en die u nog steeds niet bent nagekomen.” “Vervolgens “, zo vertelde pater O’Leary, “beschreef Claude me precies wat de gelofte inhield. Dit ongelooflijke feit overtuigde mij volledig dat Claude ten aanzien van zijn verschijningen de waarheid sprak.”

Weer terug in de catechismusgroep bemoedigde Claude zijn vier kameraden: “Je hoeft niet bang te zijn om te biechten! Je vertelt je zonden echt aan God en niet aan de priester. De Moeder Gods heeft me namelijk uitgelegd dat wij via de priester tot God spreken, en dat God ons via de priester antwoordt.

De heilige Communie ziet er alleen maar uit als een klein stukje brood

Ongeveer een week later bereidde pater O’Leary zich erop voor zijn vijf gevangenen onderricht te geven over het allerheiligste Sacrament van het Altaar. Claude liet weten dat de Moeder Gods hem daarover ook had onderricht. En met toestemming van de priester begon hij uit te leggen: “De Moeder Gods vertelde me dat de heilige Communie er slechts uiterlijk uitziet als een stukje brood, maar dat de witte Hostie werkelijk en waarachtig haar Zoon is. Ze legde me ook uit dat Jezus slechts korte tijd zo in mij zal zijn, en wel precies zo als toen Hij in haar was voordat Hij in Bethlehem werd geboren. Daarom moet ik de tijd met Hem net zo doorbrengen als Zij het een leven lang deed: door Hem lief te hebben, Hem te aanbidden, Hem te prijzen en Hem om zijn zegen te vragen en Hem te danken. Ik moet me op dat moment met niets of niemand anders bezighouden, maar de tijd met Hem alleen doorbrengen.”

Een laatste wens

Ten slotte waren de vijf klaar met hun onderricht. Claude Newman werd met zijn medegevangenen opgenomen in de katholieke Kerk en op 16 januari 1944 gedoopt. Vier dagen later zou om vijf minuten na middernacht zijn executie plaatsvinden.

De dag voor zijn executie vroeg sheriff Williamson hem: “Claude, je kunt nog een laatste wens doen. Wat wil je?” “Nou,” antwoordde hij rustig, “jullie zijn allemaal nogal ontdaan. Zelfs de cipier is helemaal van de kaart. Maar jullie begrijpen het niet. Alleen mijn lichaam zal sterven. Zelf zal ik echter gaan, om bij haar zijn. Daarom wil ik graag een feestje geven.” “Wat bedoel je?” vroeg de sheriff. “Een feestje!” herhaalde Claude rustig. “Zou u de priester willen vragen om taart en ook ijs mee te nemen en zou u de gevangenen op de tweede verdieping willen toestaan om samen te komen in de centrale ruimte, zodat we allemaal samen een feestje kunnen vieren?” “Iemand zou de priester kunnen aanvallen”, waarschuwde een cipier. Maar Claude wendde zich tot de mannen die bij hem stonden en zei: “Jongens, dat doen jullie toch niet?” Daarop bezocht de priester een rijke weldoenster van de parochie, die voor ijs en taart zorgde. En de gevangenen vierden hun feestje.

Daarna hielden ze allen samen, omdat Claude dat graag wilde, in de centrale ruimte een ‘heilig Uur’. Zij overwogen de kruisweg en baden voor Claude en voor hun eigen zielenheil. Vervolgens werden de mannen naar hun cellen teruggebracht en begaf pater O’Leary zich naar de kapel. Hij haalde het Allerheiligste en gaf Newman de heilige Communie. Daarop knielden beiden neer. Ze wachtten en baden samen.

Liefdesoffer voor een ‘uitzichtloos geval’

Vijftien minuten voordat de terechtstelling kort na middernacht zou worden voltrokken, kwam sheriff Williamson luid roepend de trap opgerend: “Uitstel, uitstel! De gouverneur heeft twee weken uitstel verleend!” De sheriff en de advocaat hadden namelijk bij de autoriteiten alles in het werk gesteld om Claudes leven te redden. Toen hij het nieuws hoorde, begon hij te huilen. Pater O’Leary en Williamson dachten dat het tranen van vreugde en opluchting waren omdat het vonnis nog niet zou worden voltrokken. Maar onder heftig snikken wist Claude slechts met moeite uit te brengen: “Oh, jullie snappen er niets van! Als jullie ooit haar gezicht hadden gezien en in haar ogen hadden gekeken, zou je geen dag langer hebben willen leven. Wat heb ik toch de afgelopen weken verkeerd gedaan, “vroeg hij de priester, “dat God mij niet thuis wil laten komen? Waarom moet ik nog twee weken op aarde blijven?”

Toen kreeg pater O’Leary plotseling een idee. Hij herinnerde Claude aan James Hughs, een moordenaar die, hoewel katholiek opgevoed, een door en door slecht leven had geleid en eveneens ter dood was veroordeeld. Deze gevangene koesterde een diepe haat jegens Newman.

“Misschien verlangt Maria van je dat je dit uitstel waardoor je nog niet bij haar kunt zijn opoffert voor de bekering van Hughs,” zei de priester. “Waarom offer je niet elk moment dat je nog gescheiden moet blijven van de Moeder Gods op aan God voor deze gevangene, opdat hij niet voor eeuwig van God gescheiden zal blijven?” Claude stemde daarmee in en vroeg de priester hem de woorden van het gebed te leren waarmee hij God dit offer kon brengen. Dat deed de pater graag voor zijn beschermeling, en nog dezelfde dag vertrouwde deze hem toe: “Oh, pater van begin af aan heeft Hughs mij hier in de gevangenis gehaat, maar nu kent zijn haat geen grenzen meer!” Toch offerde de twintigjarige Claude tijdens die twee weken grootmoedig alle pesterijen, offers en gebeden voor James Hughs op.

Veertien dagen later werd Newman geëxecuteerd en pater O’Leary zei hierover: “Nooit eerder heb ik iemand zo blij de dood tegemoet zien gaan. Zelfs de officiële getuigen en verslaggevers waren verbluft en konden niet begrijpen hoe iemand die op de elektrische stoel ter dood werd gebracht zo van geluk kon stralen.”

De laatste woorden van Claude Newman waren voor pater O’Leary: “Pater, ik zal aan u denken. En als u ooit een verzoek hebt, richt u zich dan tot mij en ik zal het aan Haar, aan de ‘mooie Dame’ vragen.” Het was 4 februari 1944.

Drie maanden later, op 19 mei 1944, vond de executie plaats van de blanke James Hughs, die Claude Newman zo hartgrondig had gehaat. “Deze man was de slechtste man die ik ooit heb ontmoet. Zijn haat tegen God en al het geestelijke tart elke beschrijving”, zei pater O’Leary over hem.

Vlak voordat de misdadiger door de sheriff uit zijn cel zou worden opgehaald voor de voltrekking van het doodvonnis, maande de districtsdokter Podesta hem nog indringend om tenminste te knielen en het Onze Vader te bidden. Als antwoord spuwde Hughs de dokter vloekend in het gezicht. Toen Hughs vervolgens werd vastgebonden aan de elektrische stoel, deed de sheriff nog een laatste poging: “Als je nog iets te zeggen hebt, zeg het dan nu!” Opnieuw begon de veroordeelde te vloeken en lastertaal uit te slaan. Plotseling verstomde hij echter, terwijl hij met van schrik opengesperde ogen strak naar een hoek van de kamer staarde. Luid riep hij de sheriff toe: “Haal een priester!”

Omdat in Mississippi de wet de aanwezigheid van een priester voorschreef, was pater O’Leary al in het vertrek aanwezig, maar verborgen achter een aantal verslaggevers, want de veroordeelde had gedreigd onmiddellijk God te gaan lasteren zodra hij een ‘paap’ zou zien. Pater O’Leary snelde direct naar de veroordeelde toe, en onmiddellijk bekende deze: “Ik was katholiek, maar ik heb op mijn achttiende vanwege mijn slechte leven de godsdienst vaarwel gezegd.”

Toen werd het vertrek ontruimd en bleven alleen nog de priester en de ter dood veroordeelde achter. En James Hughs biechtte met diep berouw, als een kind. Toen ten slotte iedereen weer terug was in het vertrek, vroeg de sheriff nieuwsgierig: “Pater, wat was de oorzaak van deze plotselinge ommekeer bij Hughs?” “Ik weet het niet,” antwoordde pater O’Leary, “ik heb het hem niet gevraagd. “Maar als ik dat niet te weten kom,” klaagde de sheriff, “doe ik vannacht geen oog dicht.” En meteen wendde hij zich tot de dader zelf: “Hoe kwam het dat je zo plotseling tot inkeer kwam?” “Herinnert u zich nog die zwarte Claude Newman, die ik zo haatte?” antwoordde een volledig veranderde Hughs.

“Nou, Claude stond hier in deze hoek, en achter hem, met haar handen op zijn schouders, stond de heilige Maagd. En Claude zei tegen mij: ‘Ik heb mijn dood in eenheid met Christus aan het kruis opgeofferd voor jouw redding. Kijk, de Moeder Gods heeft voor jou de genade verkregen dat je de plek in de hel te zien krijgt waar je terecht zult komen als je geen berouw hebt. En op dat moment heb ik luid om een priester geroepen.” Kort daarna werd James Hughs, die zich letterlijk in de allerlaatste minuut had bekeerd, geëxecuteerd.

Uit; Tijdschrift ‘Triomf van het Hart’, Stichting Familie van Maria, Amsterdam, oktober 2012, blz. 4-9.

Advertenties

3 reacties to “Het geloofsonderricht van de Moeder Gods”

  1. Prachtig !!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: